Historie

3 Leiders die in augustus 1945, samen met de toenmalige kapelaan Seegers, van start gingen met het naoorlogse jeugdwerk in Arcen, kwamen voort uit de voormalige "Jonge Wacht".
Dit was een jeugdbeweging op streng katholieke grondslag, welke voor de oorlog in het Bisdom Roermond in feite de enige vorm van jeugdbeweging was, met uitzondering van kleine groepjes padvinders die hier en daar bestonden. Deze groepjes werden grotendeels gevormd door jongens van de betere stand, in tegenstelling tot de "Jonge Wacht" die uit alle lagen van de bevolking zijn leden had.

Direct na de oorlog nam het jeugdwerk in het hele land een grote vlucht. De padvinderij was het ideaal van veel jongeren, die de soldatengeest die in die beweging heerste, goed kenden van de afgelopen oorlogsjaren en die het spel op meer vrijwillige basis graag wilden voortzetten. De toenmalige bisschop van Roermond was zeer gekant tegen de padvinderij. Daar de "Jonge Wacht" niet meer tot leven gebracht kon worden, gaf hij de stoot tot de oprichting van "Jong Nederland". Dit was in feite padvinderij overgoten met een rooms sausje. Onze oprichters konden zich niet verenigen met de doelstellingen van "Jong Nederland" en men kon niet voldoen aan de eisen die de padvinderij stelde.
Toen besloot men op een eigen basis met het werk aan te vangen. In die fase kwamen wij dus in een isolement dat de troep zoveel jaren gekend heeft. Naar buiten tredende contacten met andere groepen was zo goed als onmogelijk. Steunend op de ervaringen uit de "Jonge Wacht" werkte men welgemoed verder. Het programma bestaande uit spelen en eisenwerk, kwam overeen met dat van de "Jonge Wacht". Het werd aangevuld met dingen die overwaaiden uit de padvinderij. Dit laatste kwam doordat hier nogal veel groepen padvinders kampeerden.

De eerste aalmoezenier (Seegers) was een hartstochtelijk voetballiefhebber. Omdat de jeugdbeweging de enige plaats was waar men aan voetballen in georganiseerd verband toe kon komen, sloten zich bij onze vereniging ook veel jongens aan die zich niet direct tot het jeugdwerk aangetrokken voelden. De jeugdafdeling van R.K.D.E.V. is hieruit ontstaan.
Tot 1950 heeft deze voetbalafdeling deel uitgemaakt van de groep. Een meningsverschil tussen de leiders van R.K.D.E.V. en die van "Jong Arcen" deed deze band verbreken. Geheel is de samenwerking tussen voetbalclub en jeugdbeweging nooit gebroken. Diverse leiders van de jeugdbeweging traden tevens als jeugdleider op van de junioren elftallen.

In 1948-1949 kwam er uit de leden het streven naar voren zich aan te sluiten bij de padvinderij, toen omgedoopt tot "Verkenners van de Katholieke Jeugdbeweging". Uit de groep van "Jong Arcen" werden twee patrouilles geformeerd (de Koekoeken en de Herten) die zich speciaal zouden bezig houden met het spel van verkennen. Na een intensieve opleidingsperiode zou dan de definitieve aansluiting voltrokken worden. Moeilijkheden tussen de toenmalige leider en de districtscommissaris van de verkenners waren de aanleiding dat de aansluiting niet tot stand kwam. Nog diverse malen heeft men geprobeerd aansluiting te krijgen bij de verkennerij. Telkens is dit gestuit op moeilijkheden van organisatorische aard.

In Arcen heeft voor de oorlog en gedeeltelijk nog tijdens de oorlog het z.g. patronaatswerk bestaan onder de naam "Patronaat St. Aloysius". Toen de "Katholieke Jeugdbeweging" gesticht is, werden wij ondergebracht bij de afdeling "Clubs en Patronaten". Het nationale hoofdkwartier spreidde lange tijd zeer weinig activiteiten ten toon waar het de onderafdelingen "Clubs en Patronaten" betrof ..... contributie betalen ...... papieren invullen.... Gelukkig is dit ten gunste veranderd. In het district Venlo, waar wij onder vallen is gelegenheid geschapen tot het bedrijven van allerhande activiteiten.
Op 9 december 1950 richtten kapelaan Seegers en toenmalig secretaris / penningmeester van Dijck een verzoek aan burgemeester en wethouders om het gebouw aan de Leermarkt, voorheen paardenstal N.A.D. ter beschikking te willen stellen aan Jong Arcen. Ze wilden het gebouw inrichten als blokhut om zodoende bijeenkomsten te organiseren voor de mannelijke jeugd van Arcen. Het gemeentebestuur ondersteunde dit verzoek, waarna de verbouwing kon beginnen.

Tot 1988 bleef "Jong Arcen" een jongensclub voor jongens vanaf 12 jaar. Onder leiding van de toenmalige hopman Martien Renkens werd besloten om de minimum leeftijd te verlagen naar 7 jaar en om meisjes tot de club toe te laten. Dit werd besloten om het bestaan van Jong Arcen te kunnen waarborgen voor de nabije toekomst.


Door de groei van de vereniging en de veranderende wensen werd het noodzakelijk om de blokhut te verbouwen. Na een aantal gesprekken bleek echter dat de beoogde aanpassingen vrij kostbaar werden. Na een lange weg van voorbereidingen werd in oktober 1993 de oude blokhut met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor een nieuwe. Na een overbrugging van 1 jaar in het voormalige Boerenbond gebouw, werd op 25 september 1994 ons huidige clubgebouw officieel geopend.

Vandaag de dag hopen wij met alle leiding het werk van onze voorgangers te kunnen voortzetten, zodat hun inzet voor de Arcense Jeugd niet verloren hoeft te gaan!

 

Deel deze pagina